De auteur is een moeder, die haar zeventienjarige zoon verloor. Plotseling, in de nacht, stierf hij in een te hevige aanval van epilepsie. Niemand kan begrijpen wat dat voor een moeder betekent en dit boek laat dat op bijna elke bladzijde zien. Het is een diep insnijdend verdriet, waar ze elk moment weer aan herinnerd wordt, een pijn die niet overgaat, een gemis dat schrijnend aanwezig blijft. De schrijfster vertelt niet alleen over haar eigen gevoelens in dat eerste jaar na zijn sterven, maar geeft ook ruimte aan de fictieve woorden van haar overleden zoon. Met aan het eind van het boek een eindopdracht die haar zoon voor school schreef, kort voor zijn overlijden. Een bijdrage die doet vermoeden dat heel veel in de jongen leefde, zonder dat iemand daar weet van had, tot zelfs de datum van zijn overlijden toe.