
'Boeventucht' is één van Coornherts bekendste werken. Het heeft een unieke plek in zijn oeuvre. Waar Coornhert normaliter de menselijke waardigheid centraal stelt, neemt hij hier een utilitaristische positie in. Niet de mens, maar het nut voor maatschappij staat in Boeventucht centraal. Coornhert stelt voor criminelen dwangarbeid te laten verrichten, in plaats van te verminken of vermoorden zoals gebruikelijk was in die tijd. Hij was een van de eerste Nederlanders die deze gedachte opperde. Coornhert schreef de eerste versie van Boeventucht op 24 oktober 1567, naar eigen zeggen ‘omdat hij niets te doen had’. Hij zat op dat moment zelf in de gevangenis vanwege zijn betrekkingen met Willem van Oranje. Als secretaris van de burgermeesters in Haarlem had Coornhert al vaker te maken gehad met tuchteloze soldaten en andere misdadigers. Met voor die tijd gebruikelijke martelwerktuigen in zijn nabijheid, besloot hij een alternatieve manier van straffen te ontwikkelen. Twintig jaar na zijn gevangenistijd, publiceerde hij een herschreven versie.