
In Carla voltrekt zich de gezondmaking van de familie Roothooft en met dit boek wordt, na Adelaïde en Erik, een der merkwaardigste trilogieën van onze literatuur voltooid. Getransponeerd op het literaire vlak voltrekt zich in die jaren de persoonlijke Walschap-crisis. Na 1933 zal hij, bevrijd van de doem van het Roothooftgeslacht, zonder aarzelen zijn eigen weg gaan. Hij heeft opruiming gehouden, de inboedel verkocht en de ramen opengezet. Hij heeft ons taalgebied de illusie ontnomen dat de Vlaamse dorpen met personages uit Timmermans of Claes zijn bevolkt. Wellicht was dat een ontnuchtering maar dan een die in haar felheid een blijvende indruk op de Vlaamse literatuur heeft gemaakt. Als vandaag een Hugo Claus, een Ivo Michiels, een Hugo Raes schrijven zoals zij schrijven dan is dit mede dank zij Gerard Walschap wiens forse hand het pad heeft geëffend.