
De doodsangst van Couperus, het zendelingenwerk van Oprah, de belezenheid van Paris Hilton – met Echt zien brengt Bas Heijne het debat over literatuur weer terug in het midden van de samenleving. Wanneer er tegenwoordig over literatuur wordt gesproken, gebeurt dat vrijwel altijd op sombere toon. De literatuur wordt bedreigd, de schrijver heeft zijn vooraanstaande positie verloren, prijzen doen er niet meer toe, de kritiek is verschraald, recensies hebben geen invloed meer. Steeds weer wordt de noodklok geluid, door cultuurpessimisten die honend het eind van de serieuze literatuur afkondigen – of door blijmoedige tijdgeestgoeroes die stellen dat de literatuur, wil ze overleven, zich van haar elitaire karakter moet ontdoen en zich in het warme bad van de massacultuur moet onderdompelen. In Echt zien gaat Bas Heijne op zoek naar de oorzaken van die malaise. In een even scherp als persoonlijk betoog zet hij uiteen hoe het kan dat in een tijd waarin er meer dan ooit wordt gelezen, de literatuur aan aanzien en invloed lijkt te hebben ingeboet. Hij beschrijft hoe de traditionele literaire cultuur ondergeschikt is geraakt aan de huidige mediacultuur. Tegelijk laat hij zien dat de roman nog steeds van essentieel belang kan zijn. Heijne rekent hard af met gemakzuchtige noties van het huidige cultuurpessimisme, dat enkel teloorgang wil zien, en even hard met de verbetenheid van de nieuwe populisten. Aan de hand van favoriete auteurs als Conrad en Couperus dringt hij door tot wat voor hem de kern van de literatuur is.
Author

Bastiaan Johan (Bas) Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960) is een Nederlandse schrijver, vertaler en interviewer. Heijne groeide op in Zwanenburg en ging naar de middelbare school in Badhoevedorp. Hij studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1983 debuteerde hij als schrijver met de roman Laatste woorden. Hij schreef tussen 1984 en 1992 reisverhalen voor het tijdschrift De Tijd. Een deel van deze verhalen werd later gebundeld in Vreemde reis. Zijn tweede roman, Suez, verscheen in 1992. Heijne is sinds 1991 als essayist verbonden aan NRC Handelsblad, voor welke krant hij sinds 2001 ook iedere week een column verzorgt. Zijn essaybundel De wijde wereld werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Hij heeft werk vertaald van Evelyn Waugh, E.M. Forster en Joseph Conrad. In 2003 heeft hij het toneelstuk Van Gogh geschreven dat werd gespeeld door ZT Hollandia. In 2005 sprak Heijne de jaarlijkse Mosse-lezing uit en ontving hij de Henriette Roland Holst-prijs voor Hollandse toestanden, een verzameling columns die hij voor NRC Handelsblad schreef. In 2008 presenteerde Heijne het televisieprogramma Zomergasten van de VPRO. In 2013 hield Heijne de Huizingalezing De betovering van de wereld over Louis Couperus. In datzelfde jaar verscheen ook een documentaire over Couperus naar een door Heijne geschreven scenario. Eerder had hij al het essay Het gezicht van Louis Couperus (1996) gepubliceerd. In 2014 werd zijn essay Angst en schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen bekroond met de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs. In december 2016 werd Heijne de P.C. Hooft-prijs 2017 toegekend, voor zijn beschouwend proza. De prijs is hem uitgereikt op 18 mei 2017. De jury roemt hem als een "een schrijver met een bijzondere positie als columnist en essayist, die over een enorme verscheidenheid aan actuele onderwerpen en kwesties schrijft. [...] Zijn werk geeft een vernieuwende impuls aan wat literatuur in maatschappelijke zin betekenen kan. [...] Vooral de vorm waarin hij dat doet is bijzonder: hij schrijft als een denker én denkt als een lezer."