
Gegrepen door de 'Nieuwe Fotografie' werd Eva Besnyö [1910-2003] verslaggever van het leven op straat: zij fotografeerde kolenmannen, vuilnismannen, beeldend kunstenaars en kinderen niet vanaf navelhoogte, waar haar 6x6 Rolleiflex hing, maar veelal vanaf een verlaagd standpunt. Op andere momenten keek zij juist vanuit een vogelperspectief naar de schaduwen op straatkeien of zandpaden. Vaak speelde de diagonale lijn in haar composities een belangrijke rol. Uit haar fascinerende beelden spreekt een uitstekend oog voor detail en vormgeving. In de herfst van 1932 is de in Boedapest geboren fotografe vanuit Berlijn naar Nederland gekomen, en daar is ze haar hele leven blijven wonen. Via haar schoonmoeder Charley Toorop kwam ze in aanraking met een kring van avant-garde kunstenaars, schilders, architecten en filmers. Aansluiting vond Eva vooral door haar-nieuw-zakelijke-manier van fotograferen, die ze zich in Berlijn had eigen gemaakt. Architectuur-en portretfotografie vormden voor haar een belangrijke bron van inkomsten. In dit boek zijn naast de door Eva Besnyö zelf geselecteerde 'topstukken' uit de zogeheten keurcollectie ook een groot aantal schitterende onbekende, nog niet eerder gepubliceerde of tentoongestelde werken opgenomen. Deze kwamen tevoorschijn bij het speuren in haar negatievenarchief dat na haar dood bij het Maria Austria Instituut te Amsterdam werd ondergebracht. Haar foto's laten de blik zien van een fotografe die haar onderwerpen in Boedapest, Berlijn, Brussel, Parijs, Rotterdam, Amsterdam en Milaan bekeek met een constante aandacht voor licht, schaduw, afsnijding en lijnenspel. De inleiding is geschreven door Tineke de Ruiter, Besnyö -kenner bij uitstek. Tevens is een biografie opgenomen.
No contributors found for this work.