
‘Ziekenhuis lekt patiëntengegevens’, ‘OV-chipkaart zo lek als een mandje’, ‘Bankierenapp onbetrouwbaar’ – het lijkt wel of tegenwoordig alles te hacken is. Gelukkig hoeft de persoon die dat doet geen cybercrimineel te zijn. Ethisch hackers zoeken naar veiligheidslekken in websites, pasjes, apps en andere informatiesystemen, om anderen te waarschuwen en de criminelen juist voor te zijn. De eigenaar van het informatiesysteem moet dan wel de gelegenheid krijgen het lek te dichten en erop kunnen vertrouwen dat de hacker niets heeft uitgehaald met persoonlijke data. Hier zijn richtlijnen voor en dat heet: ‘responsible disclosure’. Maar of een onthulling verantwoord is, moet helaas nog vaak voor de rechtbank worden uitgevochten. Want het gaat niet alleen om een systeem, het gaat vaak om onze persoonlijke data en daar kun je nooit voorzichtig genoeg mee zijn. Wat drijft deze ethisch hackers? Hoe gaan organisaties om met hun meldingen? Wat doet de journalistiek ermee? Wanneer komt het tot een rechtszaak? En waarom is hier zoveel politieke discussie over geweest? Dit boek vertelt de verhalen van de personen achter de vele meningen, om zo te begrijpen hoe hackers kunnen helpen.