
Op een dag stort Maarten De Gendt in op zijn werk. Hij krijgt een woede-uitbarsting gevolgd door een angstaanval en een lange huilbui. Het verdict van zijn huisarts is keihard: Maarten is opgebrand en moet enkele maanden thuisblijven. In opgebrand doet hij verslag van hoe hij worstelt met zijn burn-out. Hij vertelt over zijn zoektocht naar rust, naar zichzelf, naar een manier om met het werk en het leven om te gaan. Zijn verhaal wordt aangevuld met getuigenissen van zijn vrouw, zijn zoontje, zijn collega en zijn teamhoofd.