
De concerten met muziek van Richard Wagner in 1860 in de Salle des Italiens in Parijs vormden een ware veldslag. Tegenstanders van zijn muziek deden luidkeels van zich horen. Het was tijdens een van deze geruchtmakende concerten dat Charles Baudelaire voor het eerst Wagners vervoerende klanken hoorde. De dichter ervoer deze als een openbaring: “de muziek scheen uit mijzelf voort te komen en ik herkende haar zoals ieder mens de dingen herkent die hij is voorbestemd te beminnen.” Het jaar daarop schrijft Baudelaire de tekst die een verdediging van Wagner tegen de Franse ‘botteriken’ wil zijn en die tegelijkertijd een schitterende karakterisering is van Wagners muziek en kunstenaarschap.