
Filosofen hebben een hekel aan eten. Bijna geen enkel onderwerp gaven ze immers zo weinig aandacht als voeding. Sinds wijsgeren het verschil tussen lichaam en geest verzonnen, werd nadenken over kauwen en slikken en verwerken en ontlasten toch nét iets minder edel gevonden dan peinzen over de vrije wil of het aanwijzen van de categorische imperatief. En wij zitten met de ellende. Mensen zoeken massaal hun weg door het voedsellandschap, maar zonder filosofische landkaart moet iedereen een eigen route vinden... en we zijn flink verdwaald. Hoe verklaar je anders dat er steeds meer vegetariërs én steeds meer vleeskippen zijn; dat hipsters kwijlen over goddelijke gojibessen, terwijl hippies vechten voor kromme komkommers; en dat bestsellerlijsten vol staan met bourgondische kookboeken naast sobere dieetschriftjes? Toch is er hoop. Veel geleerden schreven namelijk wel iets over eten. Vaak een bijzin of een voetnoot, maar meer dan noppes. Verlichte kost onderzoekt wat grote denkers dachten over voedsel én wat hun ideeën voor ons betekenen. Wist je dat Thomas More de bio-industrie heeft uitgevonden? Dat Sokrates een slim plan tegen epidemisch overgewicht had? Of dat Rousseau het beleid van Monsanto bedacht? Verlichte kost is de smakelijke eerste stap naar een échte voedselfilosofie.