
Deze bloemlezing van poëzie, essays, verhalen, manifesten, pamfletten en spotprenten uit Indonesië in de twintigste eeuw werden geïnspireerd door het begrip vrijheid, merdeka. De bundel beperkt zich niet tot de strijd voor merdeka tijdens de Indonesische revolutie (1945-1949), maar toont hoe de roep om vrijheid al in het koloniale Indië heeft weerklonken, zoals in Soewardi Soerjaningrats Als ik eens een Nederlander was (1913) of in Soekarno's pleidooi voor zijn rechters Indonesië klaagt aan (1930). Ook in het onafhankelijke Indonesië, zowel onder Soekarno als Soeharto, bleef de inzet voor merdeka, waarmee de idealen van de revolutie in herinnering werden geroepen. Het boek bestrijkt met dit alles een breed spectrum van sociaal-politieke en literaire stromingen. Voor het grootste deel bevat het onbekende, voor het eerst in Nederlands vertaalde teksten.