
Marguerite is het indringende verhaal van een kleindochter die wil afrekenen met de tegenstrijdige gevoelens die worden opgeroepen door de herinnering aan haar grootmoeder - gevoelens van vreemdheid en vertrouwdheid, afkeer en liefde. Deze roman is een evokatie van schrijfsters grootmoeder, zoals die door haar werd (en wordt) ervaren, wat voor haar meteen een zelfconfrontatie inhoudt. Marguerite blijkt een dominerend, wrokkig, vaak onuitstaanbaar tiranniek mens te zijn geweest, wier stugge houding echter een reactie was op haar situatie van gebondenheid die zelfverwezenlijking onmogelijk maakte. De schrijfster wil haar vrouw-zijn anders beleven, haar verlangen naar leven, liefde en vrijheid uitschreeuwen tot de schim van Marguerite, die slechts heel beslist wist wat ze niet wilde. Structureel een geslaagde roman, maar wel van een bijzondere zelfbetrokkenheid.