
Van de hand van deze drie auteurs is enkele jaren geleden het inmiddels bekende en veel gebruikte boek Inleiding in de literatuurwetenschap verschenen, waarvan binnenkort de vijfde druk uitkomt. Beginnende studenten morden wel eens dat deze inleiding te moeilijk was en te compact. Daarom hebben de auteurs nu dit nieuwe boek geschreven. Dit houdt niet in, dat zij alle moeilijke woorden hebben geschuwd, maar wel dat zij bijzondere aandacht hebben besteed aan de uitleg van de begrippen die ter sprake komen. Ook hebben zij een groot aantal gedichten, verhalen en tekstfragmenten in dit boek opgenomen. Het plezier in de tekst stond daarbij voorop. Aan de hand van een verhaal van Kate Chopin wordt de vraag wat nu eigenlijk literatuur is gesteld, terwijl ook de geschiedenis van dit begrip in grote lijnen beschreven wordt. Een verhaal van Borges dient als uitgangspunt om de grote verscheidenheid van mogelijke benaderingen en waarderingen van literair werk te bespreken. Met vele andere indringende voorbeelden, ook uit de Nederlandse literatuur, wordt achtereenvolgens de eigen aard van het literaire taalgebruik onder de loep genomen en gezocht naar wat kenmerkend is voor poëzie en verhalend proza. Het boek besluit met een globaal overzicht van de literaire stromingen in de westerse cultuur sinds de Oudheid, waarbij de moderne tijd met romantiek, realisme, modernisme en postmodernisme de meeste aandacht krijgt. Jan van Luxemburg en Willem G. Weststeijn zijn verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Mieke Bal is verbonden aan de Universiteit Rochester in de V.S. en is tevens bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht.